De straten in het uitbreidingsgebied de Muntel kregen bijna allemaal een straatnaam in februari 1921. Het waren o.a. de Van Noremborghstraat, het Taxandriaplein en de Arnoud van Gelderstraat.
De straatnaam Moliusstraat werd toen nog niet gegeven, het was oorspronkelijk de bedoeling dat het Taxandriaplein groter zou worden dan het nu is. Het zou zich tot aan de zuidzijde van de huidige Moliusstraat uitstrekken (de oneven nummers).
Een verlaging van de grondprijs noodzaakte tot aanpassing van de plannen en tot nieuwe straten. Sinds 1922 eert de stad 'Molius' met een straatnaam in De Muntel: de Moliusstraat. Bij de toewijzing van straatnamen ging de voorkeur aanvankelijk uit naar J.C.A. Hezenmans, een 19e eeuwse geschiedkundige, maar de commissie vond hem geen betrouwbare historicus. In tweede instantie koos de commissie toen voor Molius.
De Bossche gemeenteraadsvergadering van 30 januari 1923 besloot onze straat de naam Moliusstraat te geven.
De Moliusstraat is in twee fasen ontstaan:
In de eerste fase worden alleen de huizen met de oneven nummers 13 tot 35 (aan de zuidzijde) gebouwd. Ze worden na 1924 opgeleverd. De nummers 1 tot en met 11 ontbreken, omdat de gemeente de straat oorspronkelijk tot aan de Citadellaan had willen doortrekken. Een noodzakelijke verlaging van de grondprijs vergde echter een extra straat: de Arnoud van Gelderstraat.
De noordzijde van de Moliusstraat vormde jarenlang de absolute noordgrens van de bebouwde stadsomgeving. Daar begon de immense zandvlakte, die zelfs reikte tot aan de Maas. Jaren later, pas in 1930-1935, zou de bebouwing aan de noordzijde met de even huisnummers van de straat gerealiseerd worden.
Bron: Boekje Moliusstraat (2019) Hoofdstuk 3