tekst Marian van den Beuken
Het leuke als je een cursus bij De Slinger volgt, is dat je allerlei interessante mensen tegenkomt. En eigenlijk heeft iedereen wel iets boeiends te vertellen. Zo leerde ik Marijke Frijters kennen. Marijke is gepensioneerd en heeft in diverse (interim) managementfuncties gewerkt. Nu doet ze een aantal jaren vrijwilligerswerk voor PUM .
PUM (Programma uitzending managers) is een organisatie die wereldwijd ondernemers in ontwikkelingslanden ondersteunt door de inzet van gepensioneerden die op vrijwillige basis hun kennis en ervaring met hen delen op hun eigen locatie. Ze kunnen dat een aantal jaren doen totdat ze 72 zijn. PUM wordt betaald door Buitenlandse Zaken.
Waarom ben je dit vrijwilligerswerk gaan doen?
‘Rode draad in mijn werk is altijd geweest de relatie verbeteren tussen de doelstellingen van een organisatie en de mensen die dat moeten realiseren. Als dat niet klopt, functioneert een organisatie niet.
Het mooie van interim opdrachten is: ik leer net zoveel als de mensen voor en met wie ik werk. Ik leer altijd. Daar wilde ik graag mee door gaan en PUM biedt me daarvoor een prachtige kans.
Mijn eerste traject was een training geven bij een cooperatie in een dorp in Zuid Sumatra, Indonesie. Dat werd meteen een enorm avontuur: je bent te gast in een heel andere cultuur. Hoe ga je daarmee om? En hoe breng je verandering op gang? Je moet allereerst je Nederlandse normen afschudden. Niemand sprak een woord over de grens. Ik moest bij alles wat ik wilde overbrengen gebruik maken van een tolk. En je hoopt dan maar dat die het goed vertaalt. Ik realiseerde me hier ook: ik heb geen verstand van jullie vak (voedselproductie en toerisme), maar wel van organisaties. Je moet goed om je heen kijken en je steeds afvragen: wat past hier? Welke verandering kan hier op gang gebracht worden waar de mensen iets aan hebben?
Uiteindelijk ben ik uit Indonesie ‘gedeporteerd’ omdat de migratiedienst niet begreep dat ik vrijwilligerswerk deed en dacht dat ik daar dik geld verdiende. Ik werd door geuniformeerde mannen op het vliegtuig naar huis gezet. Dat was een rare gewaarwording.
In Suriname moest ik adviseren bij een opvolgingskwestie bij een familiebedrijf. Ik verdiep me altijd grondig in het land en de problematiek en heb vooraf een aantal zoomsessies. Mijn reis en verzekering wordt betaald door PUM en mijn verblijf wordt geregeld door het lokale bedrijf. In dit geval verliep het allemaal prima. Je legt mooie contacten en houdt ook daarna contact om te kijken of het inderdaad lukt om het geleerde in de praktijk te brengen. Je blijft dus nog een tijdje online ondersteunen.
In Palestina was ik bij een bierbrouwerij. Het ging me erg aan het hart hoe de mensen daar moesten leven en hoe ze in alles tegen werden gewerkt door Israeli’s.
Mijn laatste missie was in Benin (West-Afrika). Het was daar een protestants-christelijke omgeving. Ze begonnen altijd met gebed. Het viel me op dat de leidinggevende tijdens de gesprekken aldoor op zijn telefoon bezig was. Toen heb ik ingegrepen. Ik vroeg als je bidt, neem je dan ook je telefoon aan? Nee, zei hij, dan praat ik met God. Ik zei als je met je team bezig bent en samen een training volgt, zit je ook niet op je telefoon, dan luister je, anders geef je een erg slecht voorbeeld aan je ondergeschikten. En daarmee was het klaar.’
Inmiddels heb ik weer een nieuw project in Benin. Het gaat hier om ondersteuning bij het vinden van werk voor gepensioneerden. Kortom, opnieuw boeiend.
Je hebt zo heel wat van de wereld gezien!
‘Op zich wel, maar ik heb nergens rondgereisd, dat is absoluut niet de bedoeling van PUM.
Maar het was altijd interessant, leerzaam en vaak ook heel verrassend.’