Bakkerij De Groot moet noodgedwongen een aantal dagen per week de winkel sluiten. Maar achter in de bakkerij blijven de komende jaren Bossche bollen bij duizenden gemaakt worden.
Antoine de Groot (55) staat geconcentreerd te roeren in een immens grote pan met vloeibare chocolade. De koperen ketel is nog van zijn opa geweest die deze kocht in Antwerpen. Hij is bezig met een nabestelling van de horeca uit de binnenstad, vanmiddag moeten nog tientallen bollen afgeleverd worden. Dit werk in Bakkerij De Groot gaat zeker de komende jaren volop door, maar de winkel aan de Van Noremborghstraat is sinds begin dit jaar nog maar twee dagen per week open.
Kinderen
“Noodgedwongen”, verzucht De Groot. “We kunnen niet meer de hele week brood bakken omdat ik geen bekwaam personeel kan krijgen. Zelf bak ik de Bossche bollen en gebak en mijn collega Jeroen Kuipers doet het brood. Maar hij helpt mij nu een aantal dagen met de bollen en dan kan hij geen brood bakken. En voor dat werk kan ik echt geen personeel krijgen. Het vak van bakker is blijkbaar niet al te populair meer. Het is ook zwaar werk en vaak werk je heel vroeg of ’s nachts. En ook kunnen ze elders meer verdienen, dus ja, het is ook ergens wel logisch. Ook onze kinderen willen niet in de zaak om deze over te nemen”, vertelt de bakker terwijl hij geroutineerd soezen in de chocolade dipt.
Als 15-jarig menneke werkte Antoine al mee in de zaak van een neef van zijn vader Tonnie de Groot. Vader Tonnie besloot dat een van zijn kinderen bij hem in de zaak zou komen en dat werd Antoine. Die had daar zelf weinig over te vertellen, hij werd door zijn vader ingeschreven bij de bakkersopleiding. Als 18-jarige kwam hij in de zaak bij zijn vader en sinds 1995 nam hij met zijn vrouw Mariska de bakkerij met winkel over. Al zo’n veertig jaar ‘zit’ hij in de Bossche bollen. “Ik heb er denk ik wel miljoenen gemaakt. Maar ik vind het nog steeds leuk.”
Slagroom
De basis van de Bossche bol is een soes. Deze wordt met de hand ondersteboven in de warme chocolade gedoopt en moet dan minimaal een kwartier drogen. Daarna vult de bakker deze royaal met slagroom uit een machine waar de vloeibare slagroom in gaat en er via een spuitmondje stijf ‘geklopt’ uit komt. Met een voetpedaal bedient de bakker het apparaat en heeft zo de handen vrij om snel de bollen te vullen.
De bruine lekkernijen worden altijd beneden de 7 graden bewaard en ook vervoerd. Daarvoor heeft De Groot twee koelwagens die de horeca bedienen maar ook veel winkels van de Jumbo, een van de grote klanten. Op vrijdag gaat er altijd een hele lading richting Breda en Eindhoven.
Zeventig procent van de omzet van Bakkerij De Groot komt van de Bossche bollen. Vandaar ook dat Antoine en Mariska besloten dat onderdeel te blijven uitvoeren. En dus minder vaak brood te verkopen en de winkel dus maar twee dagen open te houden.
“Een goed besluit”, weet De Groot na een paar weken al. “We kunnen zo goed werken, het is te behappen en geeft meer rust en minder stress. Zoals ik het nu bekijk, kan ik zo wel doorgaan tot aan mijn pensioen.”
De klanten weten het inmiddels allemaal en komen op vrijdag en zaterdag hun brood halen. Dan staat onder anderen de goedlachse Marjon van de Werdt achter de toonbank, inwoonster van de Muntel en al tientallen jaren een gewaardeerde medewerkster.
En wie door de week bollen wil, kan bellen en ze op bestelling achter in de bakkerij afhalen. Want bollen maken we de hele week.”