Het gemeentebestuur had een straatnamencommissie ingesteld om de namen te bepalen voor de nieuwe straten in de Muntel. De rapporteur van de commissie Jan Mosmans maakte de namen bekend op 12 maart 1921. Ten aanzien van Lange en korte Tuinstraat gaf hij de volgende verklaring:
“Een karaktertrek van enige bouwblokken achter het Lyceum, komt tot uiting door de benamingen LANGE TUINSTRAAT en KORTE TUINSTRAAT. Het betreft hier ingebouwd liggende straten, met minder direct uitzicht op den gezichtseinder dan de overige; straten met links en rechts geprojecteerde intieme voortuintjes.”
De intieme voortuintjes waren dus bepalend voor de straatnamen korte en lange tuinstraat. Anno 2025 is er geen voortuintje meer te bekennen. Een enkel geveltuintje (maximaal 1 ½ stoeptegel (45 cm) breed is toegestaan aldus de gemeente) is nog terug te vinden, maar dat is dan ook alles. De karakteristieke intieme voortuintjes zijn verdwenen om plaats te maken voor parkeerplaatsen. Dit gebeurde al in de jaren 60 van de vorige eeuw. Dit kon de gemeente doen omdat de voortuinen verplicht gehuurd werden door de bewoners van de huizen aan de straat, maar de grond in eigendom bleef van de gemeente. Het huis werd gehuurd bij de woningbouwverenigingen (Woningbouwverenigingen Eigen belang PTT en Broederhulp), die de grond van de voortuinen huurde bij de gemeente.
Beide woningbouwverenigingen werden opgericht in 1919 in afwachting van koop van grond in de Muntel. De verzuiling was groot in die tijd. De nieuwe woningbouwverenigingen bouwde alleen voor eigen volk. Eigen belang PTT bouwde dus woningen voor PTT-ambtenaren. Broederhulp was de enige nieuw opgerichte woningbouwvereniging waar iedereen lid van kon worden. Potentiële huurders moesten wel eerst lid van een woningbouwvereniging worden en zich inkopen voor circa 10 gulden. Toch een heel bedrag in die tijd.
En ja, hoe zat dan met dat lyceum? In 1921 was de wijk nog in ontwikkeling. De gedachte was dat alles wat in de binnenstad slecht gehuisvest was een nieuwe plek moest krijgen op de Muntel. Het Sint-Janslyceum zat in die tijd op diverse plaatsen in de binnenstad en was dus toe aan een nieuw gebouw. Dit werd gepland aan de Jan Schöffellaan, het Duhamelplein (thans het Kapelaan Koopmansplein) en de hoek om in de Noremborghstraat tot aan de Koedijkstraat. Maar ja, dit waren A gronden en dus te dure grond om rendabel een school op te bouwen. Door de veel duurder uitgevallen opspuiting van de grond bleek het financieel niet haalbaar meer te zijn en werd besloten er particuliere woningen te bouwen. De directeur gemeentewerken de heer J. Perey stelde dan ook voor om het nieuwe schoolgebouw in de toekomstige nieuwbouwwijk zuid te realiseren waar de gemeenteraad mee instemden.
Frank